Hoe krijg je wittere tanden?

Moet je nu voor of na het eten poetsen?

Meer dan vijfduizend jaar geleden werd voor het eerst de Miswak gebruikt. Dit is een stokje waarop gekauwd wordt waardoor er een soort borstel aan het uiteinde ontstaat. In Afrika wordt de Miswak nog steeds gebruikt. Daarna volgde de ivoren borstel met zwijnharen die vervolgens – in de tijd van Napoleon – werd opgevolgd door een zeer chique variant. Men pronkte met deze borstel: tandenpoetsen was hot!

De borstel werd steeds beter van vorm en ook werden de haren er netter ingezet. In 1938 ontwikkelde Dupont de nylonharen. De prijs van de tandenborstel werd hierdoor lager waardoor hij voor steeds meer mensen toegankelijk werd. Tegenwoordig poetst bijna iedereen wel zijn tanden. Ongeveer 2/3 doet dit – gelukkig – twee keer per dag: in de avond voor het slapen gaan, en in de ochtend voor of na het ontbijt.

Pas op als je in de ochtend je tanden poetst

Juist in de ochtend kan het fout gaan. Te snel tandenpoetsen na het eten kan namelijk gebitslijtage veroorzaken en dit kan weer tot gelere tanden leiden. Wanneer je lekker aan het ontbijten bent wordt het voedsel in je mond omgezet in zuur. Zuur lost het tandweefsel op en maakt het zacht. Het speeksel herstelt en verstevigt het tandweefsel weer terug naar normaal. Wanneer een tand of kies in contact komt met zuur voedsel, zal ook het glazuur zacht worden. Poets je er vervolgens overheen, dan beschadig je het oppervlak. Het speeksel zorgt er dus weer voor dat dit na een half uurtje/uurtje goed komt. Bij sommige mensen werkt deze buffer niet helemaal goed en zij zullen sneller last krijgen van gebitsslijtage dan normaal. Dit kan door invloeden van binnenuit (bv. stress) en buitenaf (bv. medicijngebruik). Dan draaien we het toch gewoon om, eerst poetsen en dan ontbijten. Helaas is dit geen verbetering. Het poetsen en de werking van tandpasta zorgt ook voor wat tijdelijke schade aan het gebit. Eet je vervolgens je ontbijt dan tast het zuur vervolgens weer je gebit aan.

Meestal merk je de gebitsslijtage pas op in een vergevorderd stadium; als je klachten krijgt bij het eten of drinken bijvoorbeeld. Vaak is het tandglazuur dan al verdwenen. De gebitsslijtage kan je pas herkennen als het uiterlijk van de tanden verandert:

  • De voortanden worden korter, dunner en doorschijnender of krijgen rafelige randen.
  • De tanden worden (plaatselijk) steeds geler of de tanden krijgen donkere plekken. Het glazuur wordt namelijk dunner en het onderliggende gele tandbeen schijnt dan steeds meer door.
  • In de knobbels van de kiezen kunnen putjes ontstaan.
  • In een later stadium kunnen de knobbels van de kiezen zelfs helemaal verdwijnen. Dan kauw je dus op het tandbeen. Dat geeft pijnklachten en gevoeligheid.
  • De slijtage tast de vullingen in tanden en kiezen niet aan. Hierdoor kunnen de vullingen boven het tandoppervlak gaan uitsteken.

Helaas is het glazuur niet meer te herstellen als het eenmaal weg is. Des te meer reden om er dus voorzichtig mee om te gaan. Niet alleen een uur pauze tussen het eten van je cornflakes en poetsen maar ook het gebruik van een fluoride tandpasta kan helpen. De fluoride neutraliseert het zuur in de mond wat verdere slijtage tegengaat.

De grote vraag is natuurlijk: moet je nou voor of na het eten tandenpoetsen? Het antwoord is het liefst ná het eten. Wel even een uurtje wachten, want dat geeft je speeksel genoeg tijd om de boel te herstellen zodat je geen slijtage krijgt.

witte tanden

Advies
Om goed te poetsen is het belangrijk dat je borstelharen niet versleten zijn. Vervang de borstel daarom regelmatig – ongeveer elke 10 weken – en krijg zo wittere tanden. 

Share This